yv20231025yv20231025a1a04539

Boskamp over liefde voor Feyenoord: ''We zijn net een stel trouwe honden''

Jan Boskamp heeft in het nieuwe Feyenoord Magazine uitgebreid verteld over zijn band met de Rotterdamse clubs. De oud-speler, oud-trainer en analist groeide op met de club en beschrijft hoe het Feyenoord-gevoel al op jonge leeftijd ontstond. Zelfs na een slechte wedstrijd blijft die verbondenheid volgens Boskamp altijd bestaan.

''Ik was een jaar of vier toen ik voor het eerst met mijn vader mee mocht naar De Kuip. Hij werkte als suppoost in het stadion, stond altijd met zo’n gekke pet op z’n hoofd op de tribune. Daar is voor mij het Feyenoord-gevoel ontstaan en sindsdien is het nooit meer weggegaan. Wat dat gevoel precies is, kun je bijna niet uitleggen, het is gewoon... Ik ben een liefhebber van goed voetbal, maar als ik naar Feyenoord ga, is het alleen maar omdat ik ze wil zien winnen.''

Een mindere wedstrijd verandert daar volgens Boskamp niets aan. ''In De Kuip ben ik gewoon een van die vijftigduizend mafkezen op de tribune. Als het dan een keer slecht is, roepen we: nou gaan we niet meer! Maar de volgende wedstrijd zitten we er weer. We zijn net een stel trouwe honden, het is niet voor te stellen.''

Feyenoord speelt bovendien al vrijwel zijn hele leven een grote rol. Boskamp kwam op jonge leeftijd binnen bij de club, maar koos aanvankelijk voor zijn amateurclub HOV. ''Feyenoord is voor mij onderdeel van het geheel, het hoort erbij. En het is geen klein stukje van m’n leven, maar een groot stuk. De club heeft voor een groot deel mijn leven bepaald. Weinig mensen weten dat ik al stage liep bij Feyenoord toen ik 13 was, maar toen wilde ik bij mijn amateurclub HOV blijven.''

Later kwam het alsnog tot een overstap. ''Later ging ik naar Sparta, ik heb daar nog een oefenwedstrijd in het eerste gespeeld, die werd speciaal voor mij georganiseerd. Daarna stond ome Fred Blankemeijer op de stoep, die kwam me halen. Ik kreeg een jeugdcontract en ging daarnaast werken als terreinknecht op Varkenoord. Achterop het terrein was een honkbalveld, daar lag ik meestal te pitten.''

Boskamp maakte vervolgens ook de grote successen van Feyenoord van dichtbij mee. ''Ik heb de opkomst van Feyenoord meegemaakt, maar ook de slechte jaren: eigenlijk alles wat je je kunt bedenken. Ik heb Jo Walhout en Gerard Kerkum nog zien voetballen in De Kuip, later heb ik het geluk gehad dat ik zelf voor Feyenoord mocht spelen. Ik heb met de voor mij grootste voetballer in Nederland gevoetbald, Coen Moulijn. Voor Wim Jansen en mij was Coen heilig. Als Coen apart wilde trainen, dan ging Wim of ik met hem aan de slag. Dat was voor mij het einde.''

''Je wordt gewoon verrot gescholden''

Juist de onderlinge verbondenheid maakt Feyenoord volgens Boskamp bijzonder. ''De aantrekkingskracht van Feyenoord zit denk ik vooral in de eenheid die je in De Kuip met elkaar vormt, je voelt je verbonden met elkaar. Ik zit zelf de laatste jaren altijd in een van de Units. Het maakt daar geen reet uit of je Onze-Lieve-Heer bent, want je wordt gewoon verrot gescholden, met beide benen op de grond gezet. Voor mij is dát De Kuip, ik geniet daarvan.''

''De afgelopen anderhalf jaar ben ik er vanwege mijn gezondheid misschien maar vier wedstrijden geweest, toen miste ik vooral het katterige, het door de stront gehaald worden, het zeiken als we slecht spelen. Dat heb je allemaal niet op tv. Als we verliezen, zit ik van De Kuip naar huis toe alleen maar te schelden. Soms val ik wel in slaap, dan zijn de anderen in de auto gelukkig. Maar als er de volgende dag mensen gaan lopen zeiken over Feyenoord, dan roep ik: je moet je muil houden. In mijn column zei ik ook waar het op stond, het moest geen komedie worden. Ik denk dat dat door iedereen geaccepteerd werd, omdat de mensen wisten: dat is er een van ons.''

Lees meer over
Jan Boskamp
Plaats reactie
666

Laad meer reacties

Je bekijkt nu de reacties waarvoor je een notificatie hebt ontvangen, wil je alle reacties bij dit artikel zien, klik dan op onderstaande knop.

Bekijk alle reacties